Verklaring voor de grote roodverschuiving van quasars
door Henk Druiven
De kromming van het heelal is voor ons niet direct zichtbaar. De tijdsdimensie is immers geen ruimtedimensie, en we kunnen de geometrie van de ruimte‑tijd alleen afleiden uit effecten — zoals roodverschuiving.
Volgens mijn alternatief voor de oerknaltheorie ontstaat een deel van de roodverschuiving doordat het inertiaalstelsel van een ver sterrenstelsel gedraaid is ten opzichte van dat van ons. Die rotatie is een gevolg van de kromming van het heelal, zowel door de globale ronding als door lokale massa’s.
1. Roodverschuiving door rotatie van inertiaalstelsels
Wanneer een ver stelsel zich in een gekromde ruimte‑tijd bevindt, komt een deel van zijn tijdsdimensie in onze ruimtedimensie te liggen. Dat veroorzaakt een verschuiving naar langere golflengten — precies wat wij als roodverschuiving waarnemen.
2. Massa veroorzaakt extra kromming — en dus extra roodverschuiving
Niet alleen de globale vorm van het heelal veroorzaakt kromming; elke massa doet dat.
Voorbeelden:
- De aarde veroorzaakt een tijddilatatie van slechts
~1,1 x 10-16 per meter.
Een klok op 100 meter hoogte loopt pas na bijna 3 miljoen jaar één seconde voor. - De zon veroorzaakt een tijddilatatie van
~3 x 10-15 per meter.
Nog steeds extreem klein. - In de buurt van een zwart gat is de tijddilatatie enorm:
waarden van 10-6 per meter of groter zijn normaal.
Daarom staat een klok in een zwart gat — vanuit ons perspectief — praktisch stil.
3. Quasars: lichtbronnen vlak bij zwarte gaten
Omdat zwarte gaten zelf geen licht uitzenden, kunnen we hun roodverschuiving niet meten.
Maar quasars doen dat wel.
Een quasar is:
een extreem helder object dat ontstaat wanneer materie in een accretieschijf rond een superzwaar zwart gat wordt verhit en enorme hoeveelheden straling uitzendt.
Het licht van quasars komt van vlak bij zwarte gaten, waar de tijdsdilatatie en dus de gravitational redshift zeer groot is.
4. Waarom quasars soms een veel grotere roodverschuiving hebben dan hun sterrenstelsel
In de oerknaltheorie is roodverschuiving een maat voor afstand.
Maar er bestaan talloze voorbeelden waarin dat niet klopt:
Voorbeeld 1 — M106
Aan beide zijden van M106 bevinden zich twee quasars die volgens hun roodverschuiving veel verder weg zouden moeten staan dan het sterrenstelsel zelf.
Toch zijn ze fysiek verbonden met M106.
Voorbeeld 2 — NGC 7319
De quasar voor dit stelsel heeft een roodverschuiving van 2,11, terwijl het stelsel zelf 0,0225 heeft.
Volgens de standaardinterpretatie zou de quasar 90 keer verder weg moeten staan — maar hij staat er voor.
Deze gevallen tonen aan dat roodverschuiving niet uitsluitend door afstand wordt bepaald.
5. Twee bijdragen aan de roodverschuiving van quasars
(1) Roodverschuiving door het zwarte gat
Hoe dichter de accretieschijf bij het zwarte gat staat, hoe groter de gravitational redshift.
(2) Roodverschuiving door de rotatie van het inertiaalstelsel
Hoe verder de quasar van ons verwijderd is, hoe groter de bijdrage van de globale kromming van het heelal.
Samen bepalen ze de totale roodverschuiving.
6. Type‑1 en type‑2 quasars: waarom hun spectra verschillen
Kosmologen onderscheiden twee typen quasars:
Type 1 — van bovenaf gezien
We kijken loodrecht op de accretieschijf.
Daarom zien we:
- de binnenste ringen, die het heetst zijn en dus de grootste roodverschuiving,
- brede emissielijnen, door meerdere ringen.
Het spectrum kan zelfs meerdere naast elkaar liggende emissielijnen bevatten als er meerdere afzonderlijke ringen zichtbaar zijn.
Type 2 — van de zijkant gezien
We zien alleen de buitenkant van de buitenste ring.
Daarom:
- minder roodverschuiving,
- smallere emissielijnen,
- veel licht wordt afgeschermd.
Dit verklaart de grote variatie in quasar‑spectra.
7. Quasars blijven een probleem voor de oerknaltheorie
Zelfs binnen de standaardkosmologie blijven quasars een raadsel:
- Sommige quasars bevatten veel metalen, zelfs bij roodverschuivingen rond 6.
Dat betekent dat ze al meerdere generaties sterren achter de rug hebben — veel te vroeg volgens de oerknaltheorie. - Er zijn quasars met massa’s van 10 tot 12 miljard zonsmassa’s op slechts 700 miljoen jaar na de vermeende oerknal.
Dat is fysisch bijna onmogelijk. - Astrofysici zoals Robert Antonucci (Nature, 2013) roepen op tot betere modellen, omdat quasars na 50 jaar onderzoek nog steeds niet goed begrepen worden.
8. Conclusie
Quasars vertonen extreem grote roodverschuivingen omdat:
- de accretieschijf zich in een gebied bevindt met zeer sterke tijdsdilatatie (zwart gat),
Daarom kunnen quasars een veel grotere roodverschuiving hebben dan het sterrenstelsel waar ze fysiek bij horen.
Quasars zijn geen afstandsmeters — ze zijn tijdsdilatatiemeters.