Alternatief Oerknaltheorie

en meer.. (Henk Druiven, Groningen)

Mogelijk alternatief voor de Oerknaltheorie

Het was rond 1986 dat ik op de verjaardag was van mijn broer Gerard die kunstenaar is. Er waren meer kunstenaars aanwezig.

Ook toen stond de Oerknaltheorie al ter discussie. Dit dilemma kwam ter tafel en ik weet nog dat Siert Dallinga [9] opperde dat het feit dat Hubble [10] ontdekte dat alle sterrenstelsels van ons af bewegen misschien gestoeld is op gezichtsbedrog net zoals de planeten, sterren en de zon om de aarde lijken te bewegen. Mogelijk dat de roodverschuiving door een ander effect kan worden verklaard.

Dat idee heeft me nooit meer losgelaten. Als er geen sprake is van de Oerknal dan moet er dus een alternatieve verklaring zijn voor Wet van Hubble.
Overigens zijn er talrijke redenen om te twijfelen aan de Oerknaltheorie. [11]

Hypothese: Het heelal is rond en statisch

Als het heelal statisch en rond is wat kan dan de verklaring zijn dat als wij een ster op de horizon van ons zichtbare heelal zouden kunnen zien deze met de lichtsnelheid van ons af lijkt te bewegen?

Een bekende analogie voor het uitdijende heelal is een ballon waarop met een stift punten zijn gezet. Deze punten stellen dan de sterrenstelsels voor. Het voortschrijden van de tijd wordt voorgesteld door de ballon op te blazen. De afstand tussen de stippen neemt toe en dus lijkt op elke positie op de ballon dat de sterrenstelsels zich van elkaar af bewegen. De oppervlakte van de ballon is twee dimensionaal omdat een drie dimensionale bol plus de tijd als vierde dimensie moeilijk is voor te stellen.

In analogie met deze bol wordt in de onderstaande figuur de ruimte voorgesteld door een cirkel. Twee ruimte dimensies zijn weggelaten.
heelal.png

Aan de bovenzijde -maar dat kan op elk willekeurig punt in de ruimte en dus op de cirkel- staat een waarnemer afgebeeld. Deze zal een ster op de rand van het zichtbare heelal -een kwart cirkel verder (of terug)- waarnemen met een roodverschuiving gelijk aan de roodverschuiving die een ster geeft die met de 300.000 km/s van ons af beweegt (limietgeval). [12] Elk punt tussen de waarnemer en het stelsel aan de horizon heeft een dimensie tijd die afhankelijk van de afstand met de waarnemer tussen 0 en 90 graden is geroteerd.

Wat opvalt is dat de dimensie tijd van de ster samenvalt met de ruimtedimensie van de waarnemer. Mag daarom misschien worden verondersteld dat de tijdsdimensie van de ster door ons wordt gezien als ruimtedimensie? En mag daarom worden verondersteld dat de roodverschuiving van de ster veroorzaakt wordt door het voortschrijden van de tijd?

De hypothese is dus dat een afstand van 300.000 km gelijk gesteld mag worden met een tijdsverschil van één seconde. Dit betekent uiteraard ook dat één seconde gelijk is aan 300.000 km en onze tijdsbeleving op e.o.a. manier moet voortkomen uit een verplaatsing van 300.000 km.

Alle materie bestaat uit protonen, neutronen en elektronen. Protonen en neutronen bestaan weer uit quarks en antiquarks die samen met gluonen met 300.000 km/s bewegen (roteren of anderszins). [13] Zelfs elektronen kunnen worden voorgesteld door een lading die als een roterende elektromagnetische golf in de vorm van een Möbius lint [14] zich met 300.000 km/s voortbeweegt. [15] [PDF] (Hier is 300.000 km/s een “eigen” snelheid. Kom ik later op terug)

Dus alles waar wij uit bestaan verplaatst (roteert of anderszins) zich met 300.000 km in 1 seconde zonder dat wij ons daardoor gemiddeld in de ruimte verplaatsen

Uiteindelijk stelde ik me voor dat we bestaan uit minuscule deeltjes die zich allemaal met 300.000 km/s verplaatsen (rotatie of anderszins).

Als voorbeeld neem ik een fietswiel dat zowel ronddraait als ook een rechtlijnige beweging ondergaat. Wat is dan de totaal afgelegde weg van deeltjes op de velg en daarmee de totaal overbrugde tijd. De rotatie is de oorzaak van de eigen tijd en de totale afgelegde weg is de tijd van de omgeving.

Stel we monteren een fietswiel in een willekeurige stand op een auto en wel zodanig dat dit fietswiel vrij en zonder wrijving kan ronddraaien. Wat is dan de afgelegde weg van een punt op de velg van het fietswiel als functie van de afgelegde weg van de auto en de afgelegde weg t.g.v. zijn rotatie?

Omdat beide bewegingen volkomen onafhankelijk van elkaar zijn kunnen de bewegingsenergiën bij elkaar worden opgeteld. Dus

1.png

(m als massa van het wiel, homogeen verdeeld over een cirkel)

ofwel

2.png

Wat ik hier geldt als een rotatie geldt voor elke willekeurige eenparige beweging die op zijn uitgangspositie terugkeert.

Voor de afgelegde weg geldt

3.png

Als we de afstand t.g.v. de rotatie (de eigen tijd) uitzetten tegen een ruimtecoördinaat dan geldt voor elk punt in het vlak dat de afstand tot de oorsprong de wortel is uit het kwadraad van de afstand afgelegd door de rotatie plus het kwadraad van de lineaire verplaatsing. Vanwege de symmetrie van x- y- en z-as van de ruimtedimensie kunnen we de afstand t.g.v. de rotatie ook haaks afbeelden op de ruimtedimensie. Voor elk punt in dit stelsel geldt:

31.png

Als dus geldt dat 300.000 km gelijk is aan 1 seconde dan is de coördinaat van de rotatieafstand gelijk aan de tijdsdimensie (eigen tijd).

Let wel, dit is niet de Minkowski-ruimte, want dat is de afbeelding van de omgevingstijd tegen de ruimte.

Opmerking bij deze voorstelling:

Mijn voorstelling heeft consequenties voor de wet van Hubble. De wet van Hubble stelt dat er een lineair verband bestaat tussen de afstand van een sterrenstelsel en de snelheid waarmee deze van ons af beweegt.

Mijn voorstelling suggereert dat dichtbijgelegen sterrenstelsels relatief een grotere roodverschuiving hebben dan de sterrenstelsels aan de horizon. Om precies te zijn suggereert mijn stelling een afgeleide van een min kwart cosinus, dus een kwart sinus. In tegenstelling tot de Oerknaltheorie heeft mijn alternatieve theorie geen donkere energie nodig om dit te verklaren. Ik heb mijn theorie al in 1994 bij de notaris laten registreren, ver voor de tijd dat dit fenomeen bekend was.

Als we dat vergelijken met de meetresultaten die door anderen zijn gedaan dan geeft mijn voorstelling een betere fit van de data dan een lineair verband, althans in de meetresultaten die ik heb geleend van http://wiki.fok.nl/index.php/Kosmologie .
(Let op: op de horizontale as de roodverschuiving en op de verticale de afstand)

Nog fraaier komt dit tot uiting in afbeeldingen die ik heb geleend van http://mico2maco.net/?p=839 . Dit komt vooral door het gebruik van lineaire assen. (Lijkt in de verte op een sinusfunctie. De afwijking kan zijn veroorzaakt door meetfouten of omdat het heelal niet perfect rond is)


Conclusie:

Uiteraard mag de veronderstelling dat afstand verantwoordelijk is voor tijdsverschil geen consequenties hebben op de uitkomsten van de relativiteitstheorie.
In het volgende hoofdstuk maak ik duidelijk dat dit inderdaad het geval is. Het maakt de theorie veel inzichtelijker, zeker voor nieuwkomers in deze materie.Zie: Alternatieve kijk op de Relativiteitstheorie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *