Inleiding

Mogelijk alternatief voor de Oerknaltheorie
en daaruit voortvloeiend een
Alternatieve kijk op de Relativiteitstheorie


(English version, Feb 6, 2012), Henk Druiven, Groningen.

Als u een antwoord zoekt op de volgende vragen;

Lees dan verder.


Dat de Oerknaltheorie al enige tijd onder vuur ligt is bijna iedereen bekend. Er zijn bij benadering al net zoveel wetenschappers die er aan twijfelen als wetenschappers die de theorie nog steeds aanhangen. Zelfs Vincent Icke, astrofysicus, beeldend kunstenaar en publicist, heeft zijn twijfels [1].

De Oerknaltheorie heeft overigens al enige tijd afgedaan als wetenschappelijk model omdat een wetenschappelijk model over langere tijd vrijwel alles wat objectief waarneembaar is hoort te verklaren en te voorspellen. Wat dat betreft doet het model van een statisch heelal het veel beter. [2][3]

De geschiedenis leert dat een kosmologisch verschijnsel eerst wordt verklaard vanuit de dan heersende natuurwetten en over het algemeen is die eerste verklaring fout. [4] De kans is dus groot dat de veronderstelling dat alle ver gelegen sterrenstelsels van ons af bewegen op een onjuiste aanname is gebaseerd. Het zijn over het algemeen de meest fantasierijke wetenschappers die aan ontdekkingen nieuwere en betere wetten weten te koppelen. Einstein is daar een goed voorbeeld van.

Mijn hypothese luidt dat de roodverschuiving van ver gelegen sterrenstelsels wordt veroorzaakt doordat het inertiaalstelsel van dat ver gelegen sterrenstelsel gedraaid is waarbij de dimensie tijd, naarmate de afstand toeneemt, steeds meer in de ruimtedimensie van de waarnemer komt te liggen. Daaruit volgt de conclusie dat de ervaring van tijd wordt veroorzaakt door verplaatsing in de ruimte, e.a. bepaald door een natuurconstante die benadering 3,33 nanoseconde per meter groot is.

Hoewel in 1994 de vooruitzichten van mijn theorie teleurstellend leken heb ik deze toch laten vastleggen. [5] Mijn model voorspelt namelijk een roodverschuiving die relatief afneemt naarmate de afstand toeneemt (vorm van een kwart sinus). Toendertijd werd verondersteld dat de roodverschuiving exponentieel zou toenemen op grotere afstanden. Groot was daarom mijn verrassing toen in 1998 werd ontdekt, bij metingen aan supernova’s, dat de verst gelegen sterrenstelsels juist relatief minder roodverschuiving geven dan toen werd verwacht. [6] In onderstaande figuur wordt dit nog uitgedrukt in snelheid. Dit zou het bewijs moeten zijn voor het steeds sneller uitdijen van het heelal. [7][8]

wpid-Hubble-DiagramV-D3-300x241

Nicholas B. Suntzeff en Brian Schmidt kregen voor hun werk in 2011 de Nobelprijs voor de Natuurkunde.

In tegenstelling tot de Oerknaltheorie blijkt mijn theorie, op dit punt zeker, een groot voorspellend karakter te hebben.

Tot mijn eigen verrassing geeft mijn theorie een alternatieve kijk op de Relativiteitstheorie die veel gemakkelijker te begrijpen is. Bovendien heb ik geen tweede theorie nodig die verklaart wat de relatie is tussen versnelling en tijd. Ook is er geen aanleiding tot de tweeling-paradox in mijn theorie.

Zie ook: Relativiteitstheorie voor dummies (English version)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

en meer.. (Henk Druiven, Groningen)